Twee renners van ons team in de top-10 in een van de zwaarste etappes van de koers tot nu toe.
Valentin Paret-Peintre was opnieuw een van de smaakmakers van de Spaanse Grand Tour, amper 24 uur nadat hij tweede was geworden in Loja. Dit keer kreeg de Fransman in de kopgroep gezelschap van drie ploeggenoten van Soudal Quick-Step: Alberto Dainese, Ethan Hayter en Filippo Zana. Zij speelden allemaal een rol in de succesvolle poging van de groep om een beslissende voorsprong op het peloton op te bouwen, op een dag waarop de renners meer dan 4300 hoogtemeters moesten overwinnen.
Voorafgegaan door de muur van Valdepeñas de Jaén was de Sierra de la Pandera (11,9 km aan 7,2%) de laatste van de drie gecategoriseerde beklimmingen en de plek waar de winnaar van deze zware veertiende etappe naar voren kwam. Zowel Paret-Peintre als Zana, onze twee renners die de schifting overleefden toen de aanvallen de kopgroep in stukken begonnen te breken, probeerden een selectie te forceren en een voorsprong op te bouwen die volgens hen weleens belangrijk kon worden. Hun inspanningen werden echter snel gecounterd door hun medevluchters.
Nadat de aanval van Filippo op zo’n zes kilometer van de finish was geneutraliseerd, waagde Valentin zijn kans en reed hij samen met één andere renner weg. Op een van de steilste delen van de beklimming kwam er echter een einde aan zijn tijd aan de leiding en uiteindelijk moest hij genoegen nemen met een plaats in de top-5, achter winnaar Marco Brennan (Tudor Pro Cycling). Zana eindigde als achtste, waardoor Soudal Quick-Step de enige ploeg was met twee renners in de top-10.
Photo credit: ©Tim De Waele / Getty Images