De Giro d’Italia werd dinsdag hervat in Toscane na de tweede rustdag.
De eerste individuele tijdrit uit de geschiedenis van de Corsa Rosa vond bijna een eeuw geleden plaats tussen Bologna en Ferrara, waar de legendarische Alfredo Binda naar de overwinning snelde. Dit jaar stond in de eerste grote ronde van het seizoen een tijdrit van 42 kilometer op het programma – de langste in elf jaar – tussen Viareggio en Massa. Het vlakke parcours was ideaal voor de pure specialisten. Het was dan ook geen verrassing dat Filippo Ganna (Netcompany – Ineos) de overwinning pakte. Andrea Raccagni, voormalig Italiaans kampioen tijdrijden bij de beloften, werd dinsdag de beste renner van Soudal Quick-Step. Hij werkte de chrono af in 48 minuten en 23 seconden en reed daarbij een indrukwekkend gemiddelde van 51 km/u.
Etappe 11 lijkt woensdag een ideale kans voor de vluchters. Na de start in Porcari krijgen de renners een heuvelachtig parcours voorgeschoteld met drie gecategoriseerde beklimmingen en in totaal 3000 hoogtemeters, voordat de rit finisht in Chiavari, een charmante kustplaats in de regio Ligurië. Paul Magnier start bovendien al voor de tiende dag op rij in de leiderstrui van het puntenklassement.
Photo credit: ©Tim De Waele / Getty Images