Pascal Eenkhoorn en Jasper Stuyven hebben dinsdag een hoofdrol gespeeld in de vroege vlucht van de vierde etappe van de Tour de France.
De rit van Carcassonne naar Foix stond vooraf te boek als een ideale kans voor de aanvallers. Op het heuvelachtige parcours, met twee gecategoriseerde beklimmingen, lag het tempo vanaf de start bijzonder hoog. Veel ploegen wilden vertegenwoordigd zijn in de kopgroep, die uiteindelijk uitgroeide tot 34 renners. Eenkhoorn en Stuyven maakten daar namens Soudal Quick-Step deel van uit.
Beide renners leverden een belangrijke bijdrage aan het kopwerk en hielpen de voorsprong op het peloton oplopen tot negen minuten. Op de slotklim, waar de weg gemiddeld meer dan zes procent omhoog liep, moesten zij uiteindelijk passen toen de beslissende aanvallen werden geplaatst.
Stuyven finishte uiteindelijk net buiten de top-10 van de etappe. Ilan Van Wilder bereikte de finish ruim twaalf minuten later in het peloton en blijft daarmee de best geklasseerde renner van de ploeg in het algemeen klassement.
"Het was een mooie kans voor de vluchters en wij zaten met twee renners mee. We hebben als ploeg gedaan wat we konden, maar de laatste klim was net iets te zwaar voor mij. De hitte maakte het bovendien extra lastig. Woensdag krijgen we onze eerste echte kans. Het wordt een mooie etappe voor Tim en we zullen er alles aan doen om hem te helpen strijden voor de ritzege", zei Jasper na de finish in Foix.
Photo credit: ©Tim De Waele / Getty Images